Overlijdensrisicoverzekering en erfbelasting

Uitkeringen uit een levensverzekering zijn geen verkrijging krachtens erfrecht, maar vanuit een verzekeringsovereenkomst. Toch ziet de belastingdienst de uitkering soms als een erfenis. Of, en hoeveel erfbelasting er betaald moet worden over de uitkering van een overlijdensrisicoverzekering is afhankelijk van diverse factoren. Er kunnen vrijstellingen van toepassing zijn en met een juiste polisredactie kan erfbelasting worden voorkomen.

Tarieven en vrijstelling erfbelasting

Je betaalt pas erfbelasting als de waarde van de erfenis hoger is dan de vrijstelling. De vrijstellingen en tarieven zijn zo opgebouwd dat hoe verder iemand van de overledene afstaat, hoe meer erfbelasting de erfgenaam moet betalen.
 

Tarieven erfbelasting 2026

Bedrag erfenis / uitkeringPartner
(Pleeg- of stief) kind
Kleinkinderen en verdere afstammelingenOverige erfgenamen (waaronder broer, zus, ouders)
€ 0 - € 158.66910%18%30%
€ 158.669 en meer20%36%40%


Vrijstelling erfbelasting 2026

Relatie tot de overledeneVrijstelling
Echtgenoot, geregistreerd partner, samenwonend partner€ 828.035
Kind, pleegkind, stiefkind, kleinkind€ 26.230
Achterkleinkind of andere erfgenaam (bijvoorbeeld zus of vriend)€  2.769
Kind met een beperking€ 78.671
Ouder (of beide ouders samen)€ 62.110

Goed om te weten: voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 hebben nabestaanden 20 maanden de tijd om aangifte erfbelasting te doen, in plaats van 8 maanden.


Wanneer is erfbelasting verschuldigd over de uitkering

Of er erfbelasting betaald moet worden over de uitkering van een overlijdensrisicoverzekering, is afhankelijk van wie de premie verschuldigd was:

  • Is de premie verschuldigd door de erflater? Dan is erfbelasting verschuldigd.
  • Is de premie niet verschuldigd door de erflater? Dan is geen erfbelasting verschuldigd.

Om vast te stellen wie de premie verschuldigd was, is het ook van belang of de erflater gehuwd of geregistreerd partner was en welk regime hierbij van toepassing was. 


Huwelijksregime

  • Algehele gemeenschap van goederen (tot 2018)
    Tot 1 januari 2018 ontstond bij het aangaan van een huwelijk automatisch een algehele gemeenschap van goederen. Alle bezittingen en schulden van voor én tijdens het huwelijk werden gemeenschappelijk. De premie wordt dus altijd voor de helft onttrokken aan het vermogen van de erflater. Daarom is ook over de helft van de uitkering erfbelasting verschuldigd.
  • Beperkte gemeenschap van goederen (na 2018)
    Huwelijken die vanaf 1 januari 2018 worden gesloten vinden standaard plaats in beperkte gemeenschap van goederen. Er ontstaat dan alleen een gemeenschappelijk vermogen voor bezittingen en schulden die zijn ontstaan tijdens het huwelijk en bezittingen en schulden die voorafgaand aan het huwelijk al gezamenlijk eigendom waren. Vermogensbestanddelen die voorafgaand aan het huwelijk privé waren, blijven privé.
    • Is de overlijdensrisicoverzekering tijdens het huwelijk gesloten? Dan wordt de premie onttrokken aan de gemeenschap en is de over de helft van de uitkering erfbelasting verschuldigd.
    • Is de overlijdensrisicoverzekering voor het huwelijk gesloten? Dan kan de eventuele uitkering buiten de gemeenschap blijven. De premies moeten dan wel vanuit het privévermogen zijn voldaan.
  • Huwelijkse voorwaarden
    Huwelijkse voorwaarden kunnen voorafgaand of tijdens het huwelijk worden opgemaakt bij de notaris. Echtgenoten kunnen dan zelf kiezen hoe ze willen omgaan met het vermogen. Om heffing van erfbelasting te voorkomen mogen de premies geen onderdeel uitmaken van de kosten van de huishouding. Als er sprake is van privévermogens, dan kan erfbelasting worden voorkomen door:
    • Premiesplitsing;
    • het kruislings sluiten van de verzekering of
    • het aantekenen van een premiebetaler op de polis.

Nieuw per 1 januari 2026: bij de ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap met ongelijke breukdelen, of bij de uitvoering van een verrekenbeding waarbij een partner meer dan de helft toekomt, wordt over dat meerdere schenk- of erfbelasting geheven. Deze maatregel geldt niet alleen voor echtgenoten en geregistreerd partners, maar ook voor samenwoners met een verrekenbeding. Voor bestaande situaties geldt overgangsrecht. Een ongelijke verdeling is dus geen route meer om de heffing over een verzekeringsuitkering te beperken.

Samenwonenden
Bij samenwonenden blijven de privévermogens bestaan, tenzij hierover in een samenlevingscontract andere afspraken zijn gemaakt. Ook hier geldt dat erfbelasting kan worden voorkomen door het samenlevingscontract goed op te stellen en de polisredactie op de juiste wijze samen te stellen.


Wie is de premie verschuldigd?

In de basis is dit de verzekeringnemer. Maar een afwijkende premiebetaler kan ook. Voor de beoordeling daarvan is het van belang door wie de premie aan de verzekeraar verschuldigd was. Bij twee (of meer) premieplichtigen blijkt de verschuldigdheid van de premie uit:

  • Een door hen beiden ondertekend en gedagtekend aanvraagformulier én
  • het polisblad (of bijbehorend clausuleblad) 

Goed om te weten. De premieverschuldigheid is leidend. De feitelijk betaling is niet van belang.
Als er meerdere premieplichtigden zijn mag toch worden volstaan met één premie-incasso.


Hoe kan heffing van erfbelasting worden voorkomen?

Erfbelasting wordt voorkomen als er niets aan het vermogen van de erflater is onttrokken. Voor  premies van een overlijdensrisicoverzekering is dit het geval als:

  • De verzekeringnemer een ander is dan de verzekerde.
    Zijn er twee verzekerden? Dan kunnen de verzekeringen kruislings gesloten worden. Er worden twee verzekeringen aangevraagd met op iedere polis de ene persoons als verzekerde en de andere als verzekeringnemer.
  • Premiesplitsing wordt toegepast.
    Premiesplitsing kan worden toegepast bij een overlijdensrisicoverzekering die op twee levens wordt afgesloten. De totale premie wordt dan als het ware opgesplitst in verschillende stukjes. Op de polis staat dit dan duidelijk vermeld.
  • Een afwijkende premiebetaler op de polis wordt vermeld.
    Op de polis kan worden aangegeven dat de premie door een ander wordt betaald dan de verzekeringnemer. De verzekeringnemer blijft dan eigenaar van de polis en kan deze zelfstandig wijzigen als hij dat wil. De premie is wel door de ander verschuldigd.

Bij TAF stelt u de verzekeringspolis zelf optimaal samen: kruislings verzekeren, premiesplitsing of een afwijkende premiebetaler zijn mogelijk. Door voor het huwelijk (in beperkte gemeenschap van goederen) een overlijdensrisicoverzekering tegen koopsom te sluiten wordt ervoor gezorgd dat de betaling altijd onttrokken is uit het privévermogen. 

Meer informatie

Er geldt een hoge vrijstelling als je voor de Successiewet gezien wordt als partner. Daarom is het belangrijk om te weten wanneer je partner bent voor de Successiewet. Gehuwden en geregistreerd partners (die niet van tafel en bed gescheiden zijn) worden altijd gezien als partners (artikel 1a lid 1 SW 1956). Voor samenwoners geldt dit alleen als zij  gedurende zes maanden voorafgaand aan het overlijden van de erflater of gedurende twee jaar voorafgaand aan de schenking:

•             Allebei meerderjarig zijn;
•             Op hetzelfde woonadres staan ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) (of een             
              hiermee vergelijkbare buitenlandse registratie);
•             Ingevolge een notarieel samenlevingscontract een wederzijdse zorgverplichting hebben;
•             Geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn en
•             Geen andere partner in de zin van de Successiewet hebben.

Er bestaat daarnaast een route zonder notarieel samenlevingscontract: samenwoners die vijf jaar of langer onafgebroken op hetzelfde adres staan ingeschreven en aan de overige voorwaarden voldoen, hebben eveneens recht op de partnervrijstelling van € 828.035. De Belastingdienst hanteert hiervoor een aparte vrijstellingscode. Voor samenwoners tussen zes maanden en vijf jaar is het notarieel samenlevingscontract wél vereist.

Als iemand een nabestaandenpensioen of een nabestaandenlijfrente ontvangt, dan is de aanspraak in beginsel vrijgesteld van erfbelasting. Wel wordt de helft van de waarde in mindering gebracht op de partnervrijstelling van € 828.035 (2026). Hierdoor heeft de achterblijvende partner een lagere vrijstelling.

Belangrijk: de imputatie kent een ondergrens. Na de korting resteert altijd een vrijstelling van minimaal € 213.915 (2026). De partnervrijstelling kan door de imputatie dus nooit volledig verdwijnen.

Aanspraken op grond van de AOW en de Anw tellen niet mee voor de imputatie (artikel 32 lid 2 SW 1956).

De waarde van een netto erfrente of nabestaandenverzekering is niet vrijgesteld voor de erfbelasting. Deze waarde wordt voor de erfbelasting hetzelfde behandeld als een eenmalige uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering. Let op het onderscheid: een nettolijfrente als bedoeld in artikel 5.16 Wet IB 2001 valt wél onder de lijfrentedefinitie van artikel 32 lid 4 SW 1956 en is daarmee vrijgesteld én onderworpen aan de imputatie.

Uitkering afhankelijk van het leven van één persoon

Bijvoorbeeld een nabestaandenverzekering met een levenslange uitkering. De berekening is: jaarlijkse uitkering × leeftijdsafhankelijke factor (artikel 5 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956).

LeeftijdFactor*
Jonger dan 2016
20 jaar of ouder maar jonger dan 30 jaar15
30 jaar of ouder maar jonger dan 40 jaar14
40 jaar of ouder maar jonger dan 50 jaar13
50 jaar of ouder maar jonger dan 55 jaar12
55 jaar of ouder, maar jonger dan 60 jaar11
60 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar10
65 jaar of ouder, maar jonger dan 70 jaar8
70 jaar of ouder, maar jonger dan 75 jaar7
75 jaar of ouder, maar jonger dan 80 jaar5
80 jaar of ouder, maar jonger dan 85 jaar4
85 jaar of ouder, maar jonger dan 90 jaar3
90 jaar en ouder2

* Is de uitkering afhankelijk van het overlijden van de langstlevende van twee of meer personen, dan wordt deze gelijkgesteld met een uitkering, afhankelijk van het leven van iemand, die vijf jaren jonger is dan de jongste van de vorenbedoelde personen. Is de uitkering afhankelijk van het overlijden van de eerst stervende van twee of meer personen, wordt dan wordt deze gelijkgesteld met een uitkering, afhankelijk van het leven van iemand, die vijf jaren ouder is dan de oudste van de vorenbedoelde personen.

Is er sprake van een pensioen- of lijfrente uitkering dan mag rekening worden gehouden met de inkomstenbelasting die in de toekomst moet worden betaald. Deze ‘latente belastingclaim’ wordt gesteld op 30%. Het bedrag van de uitkering mag hiermee worden verlaagd.

Uitkering met een bekende looptijd

Bijvoorbeeld een nabestaandenverzekering met een uitkering gedurende een vaste periode. De waarde wordt berekend op grond van artikel 6 lid 1 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956: de jaarlijkse uitkering wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren dat zij moet plaatshebben, waarbij elke euro wordt gewaardeerd tegen de factor die hoort bij het vijftal jaren waarin die uitkering valt. De factoren verschillen naargelang de uitkering wel of niet van een leven afhankelijk is.

Waardering gedurendeJonger dan 40 jaar40 tot 60 jaarOuder dan 60 jaarNiet afhankelijk van een leven
Eerste vijftal jaren0,840,830,750,85
Tweede vijftal jaren0,620,600,400,64
Derde vijftal jaren0,460,420,150,48
Vierde vijftal jaren0,340,280,040,36
Vijfde vijftal jaren0,250,180,020,28
Verdere jaren0,120,06–0,15

Let op de maxima uit artikel 6 lid 2: is de uitkering afhankelijk van het leven, dan kan de uitkomst nooit hoger zijn dan de waarde die zou gelden zonder de tijdsbeperking (dus de berekening volgens artikel 5). Is de uitkering niet van het leven afhankelijk, dan bedraagt de waarde maximaal zeventien maal het jaarlijkse bedrag.

Bronnen
  • Belastingdienst – Tariefblad 2026 erf- en schenkbelasting
  • Belastingdienst – Wanneer betaal ik geen of minder erfbelasting? en Lijfrente of pensioen na overlijden partner
  • Belastingdienst – Wie zijn partners voor de erfbelasting?
  • Successiewet 1956, artikelen 1a, 13, 20 lid 6, 24, 32 en Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956, artikelen 5 tot en met 9
  • Belastingplan 2026 (aanpak ongelijke breukdelengemeenschap en verlenging aangiftetermijn erfbelasting)

Laatst bijgewerkt: augustus 2026. De bedragen in de Successiewet worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd.