Verplichte AOV voor zelfstandigen (BAZ): dit weten we nu
Het kabinet heeft het wetsvoorstel in maart 2026 goedgekeurd en naar de Tweede Kamer gestuurd. De Tweede Kamer bespreekt het voorstel en kan het nog aanpassen voordat het wordt goedgekeurd. Invoering vóór 2030 lijkt niet realistisch.
We vroegen Annemieke Postema (AOVdokter en RADI AOV) om de belangrijkste onderdelen toe te lichten.
Voor wie geldt de BAZ?
De verplichte verzekering geldt voor IB-ondernemers: ondernemers die winst uit onderneming aangeven in de inkomstenbelasting. DGA's, resultaatgenieters en meewerkende partners vallen er buiten. Naar schatting gaat het om ruim 1,2 miljoen ondernemers in Nederland.
Wat biedt de publieke verzekering?
Wie publiek verzekerd is via de BAZ, heeft na twee jaar ziekte recht op een uitkering van 70% van de winst en maximaal het wettelijk minimumloon per maand. Daarvoor gelden twee voorwaarden:
- de ondernemer is ziek en
- hij kan door die ziekte met geen enkel werk meer het minimumloon verdienen.
Er bestaat geen gedeeltelijke uitkering. Een ondernemer die zijn eigen werk niet meer kan maar nog wel (eenvoudig) werk kan verrichten, heeft geen recht op uitkering.
Wie naast de uitkering nog inkomsten genereert, ziet die inkomsten voor 70% gekort op de uitkering. Dat geeft een prikkel om, waar mogelijk, toch iets te blijven doen in de onderneming.
Wachttijd en premie
De wachttijd bedraagt twee jaar. Goed nieuws voor ondernemers die deelnemen aan een schenkkring: een AOV met een wachttijd van twee jaar sluit hier naadloos op aan.
De premie bedraagt 5,4% van de winst, met een maximum van circa € 171 per maand bij het minimumloon van 2025.
Het overgangsrecht
Ondernemers met een bestaande AOV die vóór de peildatum is afgesloten, kunnen via het overgangsrecht vrijstelling krijgen van de verplichte publieke verzekering. De eisen zijn soepeler dan voor nieuwe polissen die na de peildatum tot stand komen. Een polis voldoet als:
- de polis op naam van de ondernemer zelf staat en niet op naam van een bedrijf;
- de wachttijd maximaal twee jaar is;
- de polis op de peildatum uitzicht biedt op uitkering tot minimaal 55 jaar. Oftewel de leeftijd op de peildatum plus maximale resterende uitkeringsduur moet minimaal 55 zijn. Bij een verwachte invoering rond 2030 is een uitkeringsduur van één of drie jaar voor de meeste klanten waarschijnlijk te kort.
Verder geldt:
- er is geen maximale uitkeringsdrempel,
- medische uitsluitingen zijn toegestaan
- en een polis exclusief psyche voldoet waarschijnlijk wél.
- Een polis die uitsluitend uitkeert bij ernstige aandoeningen of een ongeval, voldoet waarschijnlijk níét.
- Lastenverzekeringen en maandlastbeschermers (bruto en netto) kunnen ook onder het overgangsrecht vallen, mits de dekking aan het toetsingskader voldoet.
Belangrijk: het overgangsrecht is gekoppeld aan de polis, niet aan de ondernemer. Oversluiten naar een andere verzekeraar betekent dat de nieuwe polis niet meer onder het overgangsrecht valt, maar onder de strengere opt-out-eisen. Aanpassen mag, maar versoberen tot onder het opt-out-toetsingskader is niet toegestaan.
De opt-out voor nieuwe polissen
Sluit je klant ná de peildatum een nieuwe private polis af, dan gelden de strengere opt-out-eisen. De polis moet onder meer: een looptijd hebben tot de AOW-leeftijd, geen medische uitsluitingen bevatten voor de basisdekking (het minimale verzekerde bedrag voor de BAZ), en een premie en uitkering kennen die minimaal gelijkwaardig zijn aan de publieke verzekering.
Franchise voor deeltijdondernemers
Ondernemers die naast hun onderneming ook in loondienst werken, krijgen te maken met een franchise. Het loondienstinkomen wordt in mindering gebracht op de maximale grondslag van € 38.000 (niveau 2025). Dat leidt tot een lagere premie, maar ook tot een lagere uitkering bij arbeidsongeschiktheid.
Een voorbeeld: het jaarloon uit loondienst is € 25.000. De maximale grondslag daalt dan naar € 13.000. Is de winst € 20.000, dan betaalt de ondernemer premie over € 13.000. Is de winst € 6.000, dan over € 6.000. Verdient iemand in loondienst meer dan € 38.000, dan is er geen BAZ-premie verschuldigd.
Let op: de berekening kan ieder jaar anders uitpakken. Het is geen vrijstelling van de BAZ, benadrukt Annemieke.
Wisselmomenten
De overstap van publiek naar privaat kan alleen per 1 januari. Een overstap tussen twee private verzekeraars (overgangsrecht naar opt-out of opt-out naar opt-out) kan ook gedurende het jaar, mits de oude en nieuwe polis naadloos op elkaar aansluiten.
Stabiliteitsbijdrage
Verzekeraars betalen een stabiliteitsbijdrage en mogen die zelf dragen of doorbelasten aan de ondernemer. Doorbelasten kan als apart bedrag of verdisconteerd in de premie. Wordt de bijdrage in de premie verwerkt, dan is deze fiscaal aftrekbaar en geldt er premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Bij opt-outverzekeringen telt de bijdrage dan ook mee voor het minimale premievereiste. De bijdrage wordt geschat op € 30 tot € 40 per maand. Het exacte bedrag is nog niet vastgesteld.
De peildatum: nog onzeker
De peildatum is nog niet bekendgemaakt. Zodra die bekend is, gelden de strengere opt-out-eisen voor nieuwe polissen. Waarschijnlijk ligt er weinig of geen tijd tussen de aankondiging en de datum zelf. Zorg dat je je portefeuille nu al in kaart hebt, zodat je direct kunt handelen.
Wat betekent dit voor jou als adviseur?
De publieke uitkering is beperkt: maximaal het minimumloon, alleen bij volledige arbeidsongeschiktheid volgens een streng criterium en pas na twee jaar. Voor de meeste ondernemers is dat onvoldoende om hun levensstandaard te handhaven. Dat maakt dit hét adviesmoment. Breng in kaart welke klanten een polis hebben die voldoet aan het overgangsrecht en welke niet. Wie nu actie onderneemt, houdt de meeste keuzevrijheid. Zodra de peildatum valt, neemt de flexibiliteit af.
Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Het wetsvoorstel is goedgekeurd door het kabinet op maart 2026 en ligt nu bij de Tweede Kamer, die het nog kan wijzigen.
Vorige update juli 2025