Nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen is onderdeel van de pensioenregeling die wordt aangeboden via de werkgever. Het is in het leven geroepen om de achterblijvende partner (zoals die is aangemerkt in de pensioenregeling) en/of kind(eren) financieel te helpen. De werkgever is echter niet verplicht om een pensioenregeling aan te bieden, tenzij dit in de cao is vastgelegd. Het kan dus ook zo zijn dat er helemaal geen nabestaandenpensioen is.

Het nabestaandenpensioen bestaat doorgaans uit:

  • Partnerpensioen bij overlijden voor de pensioendatum
  • Partnerpensioen bij overlijden na de pensioendatum
  • Wezenpensioen.

Let op: het nabestaandenpensioen is de afgelopen jaren ingrijpend gewijzigd door de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Of voor uw klant de oude of de nieuwe regels gelden, hangt af van de vraag of zijn of haar pensioenregeling al is omgezet. Zie “Het nieuwe nabestaandenpensioen” in de lamellen hieronder.

Hoogte nabestaandenpensioen in een nog niet omgezette regeling

In regelingen die nog niet zijn aangepast aan de Wtp is de hoogte van het nabestaandenpensioen bijna altijd een afgeleide van het ouderdomspensioen. Uitgangspunt is:

  • het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen en wordt levenslang uitgekeerd. Deze 70% wordt echter vaak niet gehaald, vooral niet als de partner vóór de pensioendatum overlijdt;
  • het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen en stopt – afhankelijk van de pensioenregeling – tussen de 18- en 30-jarige leeftijd van het kind.


Opbouw op kapitaal of risicobasis

Partnerpensioen kan in deze regelingen op twee manieren zijn verzekerd. Na de omzetting naar de Wtp is alleen risicobasis nog toegestaan voor het partnerpensioen vóór de pensioendatum; al opgebouwd kapitaal blijft wel in stand.

 Partnerpensioen op kapitaalbasisPartnerpensioen op risicobasis
KenmerkenEr wordt een spaarpotje opgebouwd.
 
Het risico op overlijden is verzekerd. Er wordt geen spaarpotje opgebouwd.
Voordelen
  • Het opgebouwde nabestaanden-pensioen vervalt niet. Ook niet bij ontslag of echtscheiding.
  • De waarde kan worden overgedragen naar een nieuw pensioenfonds/-verzekeraar.
Premie is lager dan voor partnerpensioen op opbouwbasis.
NadelenHogere premie vanwege uitruilmogelijkheid in ouderdomspensioen.
  • Vervalt bij wisselen van werkgever.
  • Partnerpensioen via de nieuwe werkgever is lager omdat dit bedrag alleen wordt berekend over de nieuwe diensttijd.
  • De ex-partner ontvangt geen uitkering na echtscheiding.


Het nieuwe nabestaandenpensioen onder de Wet toekomst pensioenen

Dat een echtscheiding of nieuwe baan gevolgen heeft voor het nabestaandenpensioen, weten veel deelnemers niet. Om de regels eenvoudiger en eenduidiger te maken, is het nabestaandenpensioen herzien in de Wet toekomst pensioenen, die op 1 juli 2023 in werking is getreden.

Pensioenregelingen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 zijn aangepast. Dat is een uiterste datum, geen startdatum: inmiddels bouwt meer dan de helft van de Nederlanders pensioen op volgens de nieuwe regels. Per 1 januari 2026 was 32% van de contracten bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen omgezet. Voor veel klanten gelden de nieuwe regels dus nu al.

De belangrijkste wijzigingen:

  • er is nog maar één type partnerpensioen vóór de pensioendatum: een risicoverzekering, die uitkeert als de deelnemer overlijdt terwijl hij of zij deelnemer is in de pensioenregeling;
  • er wordt maximaal 50% van het salaris verzekerd, onafhankelijk van het aantal dienstjaren bij een werkgever;
  • in het partnerpensioen ná de pensioendatum verandert er niets;
  • het wezenpensioen bedraagt maximaal 20% van het salaris voor halfwezen en maximaal 40% voor volle wezen;
  • voor het wezenpensioen geldt een vaste eindleeftijd van 25 jaar. Nu kent elke regeling nog een eigen eindleeftijd, tussen 18 en 30 jaar;
  • de maximale toetredingsleeftijd voor de pensioenregeling is sinds 1 januari 2024 verlaagd naar 18 jaar.

Let op: 50% en 20% zijn wettelijke maxima, geen standaardpercentages. De werkgever bepaalt binnen die grenzen zelf de hoogte, en in de praktijk ligt het percentage voor het partnerpensioen vaak tussen de 20% en 40% van het salaris. Ga dus altijd na welk percentage in de regeling van uw klant is afgesproken; het verschil met het maximum kan flink oplopen.

Uitloopdekking en vrijwillige voortzetting

Omdat de dekking op risicobasis vervalt bij uitdiensttreding, is er een opvangregeling. Gaat een werknemer uit dienst, dan loopt het recht op nabestaandenpensioen nog drie of zes maanden door; de werkgever bepaalt welke termijn geldt. Ontvangt de ex-werknemer een WW- of Ziektewetuitkering, dan blijft het nabestaandenpensioen verzekerd zolang die uitkering loopt. Daarna kan de ex-werknemer eenmalig kiezen voor vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen, gefinancierd uit het opgebouwde kapitaal voor het ouderdomspensioen. Voor het wezenpensioen kan dat niet.

Wie zzp’er wordt, valt buiten deze automatische voortzetting. Juist bij die groep is het belangrijk om na te gaan of een aanvullende overlijdensrisicoverzekering nodig is.

Pensioenoverzicht

Hoe het nabestaandenpensioen eruit ziet kunt u samen met uw klant nagaan op Mijnpensioenoverzicht.nl.

Meer informatie over Nabestaandenpensioen

Nadeel van een nabestaandenpensioen op risicobasis is dat er geen recht op een uitkering meer is als het dienstverband is beëindigd. Dit is ook het geval bij pensionering. Als in een pensioenregeling een ouderdomspensioen wordt opgebouwd, dan kan een deel hiervan op pensioendatum ingeruild worden voor het recht op partnerpensioen. In dat geval krijgt de
(ex)partner bij overlijden na de pensioendatum toch een partnerpensioenuitkering.

De mogelijkheid tot uitruil is wettelijk vastgelegd in artikel 61 van de Pensioenwet. Het bedrag dat uitgeruild mag worden is wel beperkt. De hoogte van het partnerpensioen mag niet hoger zijn dan 70% van het ouderdomspensioen dat ná de uitruil resteert.

Als in de pensioenovereenkomst een ouderdomspensioen is opgenomen, dan is de pensioenuitvoerder verplicht om de mogelijkheid tot uitruil aan te bieden. Reageert de (gewezen) deelnemer niet binnen een door de pensioenuitvoerder gestelde termijn op dit aanbod? Dan past de pensioenuitvoerder de uitruil automatisch toe als aan de volgende drie
voorwaarden is voldaan:

  • Er is sprake van een aanbod in verband met de ingang van het ouderdomspensioen (en dus
    niet in verband met de beëindiging van de deelneming);
  • In de pensioenovereenkomst is geen aanspraak op partnerpensioen opgenomen vanaf de
    datum waarop het ouderdomspensioen ingaat en
  • De (gewezen) deelnemer is gehuwd of heeft een geregistreerd partner.

In de pensioenovereenkomst kan zijn opgenomen dat de pensioenuitvoerder ook bij beëindiging van de deelneming automatisch overgaat tot uitruil. In dat geval moet de (gewezen) deelnemer wel zijn gehuwd of een geregistreerd partner hebben.

Het partnerbegrip kan per pensioenregeling verschillen. Het is dus altijd belangrijk om na te gaan wie in de regeling als partner wordt aangemerkt en of dit (nog steeds) de juiste partner is.

Echtgenoten (hieronder worden ook geregistreerd partners verstaan) worden automatisch aangemeld op de pensioenregeling. Voor samenwoners is dit anders. Hierbij is bepalend of er sprake is van een duurzame gezamenlijke huishouding. Wat daaronder wordt verstaan, kan per pensioenregeling verschillen. Soms wordt de eis gesteld dat er minimaal een aantal jaren wordt samengewoond, of is de eis dat er sprake is van een notarieel samenlevingscontract.

De Wet toekomst pensioenen maakt dit partnerbegrip eenduidiger. Samenwonende partners kunnen een partnerverklaring tekenen bij de pensioenuitvoerder. Ook zonder zo’n verklaring kan recht op partnerpensioen bestaan, als de achterblijvende partner aannemelijk maakt dat er gedurende minimaal zes maanden een gezamenlijke huishouding was. Controleer wel altijd het pensioenreglement van de betreffende uitvoerder.

Zowel een echtscheiding als een scheiding van tafel en bed heeft vaak grote gevolgen voor het pensioen. Zowel het ouderdomspensioen als het nabestaandenpensioen moet worden verdeeld tussen de scheidende partners. Hoe die verdeling in zijn werk gaat, is wettelijk vastgelegd in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

  • Is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd? Dan is er na de echtscheiding geen aanspraak op het nabestaandenpensioen wanneer de ex-partner overlijdt. Het volledige partnerpensioen wordt na overlijden uitgekeerd aan de eventuele nieuwe partner.
  • Is het partnerpensioen op kapitaalbasis opgebouwd? Dan heeft de ex-partner recht op bijzonder partnerpensioen: het partnerpensioen dat tot de datum van scheiding is opgebouwd. Dat heeft consequenties voor een nieuwe partner. Het partnerpensioen voor de nieuwe partner wordt namelijk verminderd met het bedrag dat de ex-partner aan bijzonder partnerpensioen krijgt.

Wat er op stapel staat: de Wet pensioenverdeling bij scheiding

De regels voor pensioenverdeling bij scheiding gaan veranderen. In het wetsvoorstel Pensioenverdeling bij scheiding wordt conversie de standaard: het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen wordt omgezet in twee zelfstandige aanspraken, waardoor ex-partners niet langer van elkaar afhankelijk zijn. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2028. Een derde nota van wijziging gaat naar verwachting begin 2027 in internetconsultatie.

Belangrijk detail voor de advisering: onder de nieuwe wet wordt het aandeel van de ex-partner in het nabestaandenpensioen beperkt tot de huwelijkse periode, terwijl dat nu nog het volledige opgebouwde bijzonder partnerpensioen betreft.

Bronnen
  • Rijksoverheid – Belangrijke periode voor pensioentransitie breekt aan, vijfde voortgangsrapportage Wet toekomst pensioenen (2 juli 2026)
  • Rijksoverheid – Voldoende tijd voor overgang naar nieuw pensioenstelsel (2 december 2025)
  • Eerste Kamer – Wetsvoorstel Verlenging transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel (36.578)
  • Wet toekomst pensioenen, in werking getreden per 1 juli 2023; artikel 61 Pensioenwet (uitruil)
  • Wetsvoorstel Pensioenverdeling bij scheiding (Wps) – beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028

Laatst bijgewerkt: augustus 2026.